Het Heilooer Die

Het Heilooër Die

 Aan de oostkant van Heiloo ligt Het Die, De Dye, een veenriviertje dat al eeuwen, misschien zelfs vanaf de Romeinse tijd, aanwezig is en dat, komende vanuit het zuiden tot in Alkmaar reikte. De Baangracht en de Bleekersingel vormden ooit het noordelijk deel van Het Die.

Volgens de meest recente inzichten wordt het niet meer beschouwd als een zijtak van het Oer-IJ, maar maakt het wel deel uit van het Oer-IJ gebied als geheel.
In tijden dat vervoer over land nog moeilijk was en tijdrovend, is Het Die een belangrijke transportweg geweest. Het is waarschijnlijk dat veel bouwmateriaal voor onder andere kastelen en buitenhuizen in Heiloo via deze waterweg zijn aangevoerd.
Nog steeds is de gegraven vaart aanwezig die naar Ter Coulster is gegraven, de Ter Coulstervaart. Deze vaart begint bij de Karremel, het meertje van plan oost dat ooit een veenplas in de loop van Het Die was, en komt in het bos van Ter Coulster uit in wat ooit de slotgracht van het kasteel was.
Daarnaast is ook de Nijenburgervaart, de verbinding tussen het buitenhuis Nijenburg en Het Die, volledig aanwezig. In voorbije dagen was er ook een vaart van Het Die naar kasteel Ypestein. Deze vaart liep van het kasteel dat stond op de plaats waar later de St. Willibrordusstichting werd gebouwd naar weer een ander meertje in Het Die. Dat meertje bevond zich daar waar nu het viaduct van de A9 over de Kanaalweg ligt. In de jaren 40 van de vorige eeuw heeft het toenmalige gemeentebestuur het meertje aangewezen als stortplaats voor huisvuil. Oudere Heilooërs kennen de plaats nog als de vuilnisbelt van Heiloo.
Van de Ypesteinervaart is alleen het stuk nog over dat langs de noordzijde van de Kanaalweg loopt.
Daarnaast is er nog een vaart geweest die helemaal is verdwenen, de Boekelerdoodvaart. Langs dit water werden lang geleden de doden vervoerd, uit het buurschap Boekel dat tot de parochie Heiloo behoorde. De Boekelerdoodvaart kwam uit in een klein haventje aan de Burenweg, het Papenlanerstetje. (de Burenweg heette ooit het Papenlaantje)
Voor de grote uitbreidingen van Heiloo was Het Die gebied een enorme groene oase, reikende van de Oosterzijweg en Nicolaas Beetsweg tot aan de ringsloot van de Boekelermeer. Het gebied ten oosten van Het Die werd vroeger en wordt nu nog door velen het Overdie genoemd. (ook in Alkmaar wordt deze naam gebruikt)
Voor oudere Heilooërs was het ‘s winters het ideale schaatsgebied, prachtige, eindeloze, brede vaarten te midden van ongerept weiland. Mensen die aan de oostkant van de Kennemerstraatweg woonden konden de boten in het Noord-Hollands kanaal zien varen. En in de zomer was het er ook goed toeven met al die gezonde boerensloten, de kikkers, de weidevogels enz..
In de loop van de jaren is er flink wat afgegaan van het prachtige Die-gebied.
Met de aanleg van de A9 is het gebied grofweg doormidden gedeeld en is het westelijk deel voor een groot deel bebouwd. Het Die zelf is ten noorden van de Kanaalweg over een flinke lengte onder de A9 verdwenen. Wat rest van dit prachtige open landschap is voor Heiloo het deel tussen de Kanaalweg en de Limmertocht. En achter Nijenburg is nog een klein stuk Die-gebied aanwezig.
Een groot deel van het Heilooër Die gebied is tegenwoordig in beheer van het Landschap Noord-Holland en helaas is daarmee een groot deel van het gebied ontoegankelijk voor het publiek. Dat is jammer want er is zo veel te genieten in het gebied met Het Die als as van een stelsel van sloten en slootjes waar de natuur de vrije hand heeft. Natuurlijk zou het jammer zijn als drommen met mensen het gebied in zouden stromen. Maar een museum laat zijn topstukken toch ook niet in het depot staan? Met een beetje regulering en bijvoorbeeld sluiting in het broedseizoen moet het mogelijk zijn de mensen te tonen welk een juweel er aan de oostkant van Heiloo ligt.

Het Heilooer Die (foto Jaap de Graaf)