Nijenburg

Over Nijenburg is veel geschreven informatie beschikbaar. Hier wordt een summiere omschrijving gegeven over vooral het huis Nijenburg en zijn directe omgeving en historie.

De ligging van Nijenburg

Het huis Nijenburg ligt ten noorden van de dorpskern van Heiloo en ten zuiden van Alkmaar in een duinstrook en is een fraaie buitenplaats.
Het complex bestaat uit een groot woonhuis in een vroeg 18de-eeuwse parkaanleg met vijver, zichtassen en beelden. Even terzijde van het hoofdhuis staat een zeer monumentaal koetshuis.


Als men zich iets verder in Nijenburg verdiept komt men al snel de volgende onderwerpen tegen: Het huis Nijenburg, het koetshuis, het Landgoed Nijenburg, het Heilooer Bos, het Poppenhuis enz. Zij zijn onderling onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Hier komt alleen het Huis Nijenburg en directe omgeving aan bod, ofwel de oostzijde van de Kennemerstraatweg.


De historie
De historie van het gebouw begint bij Gerard van Egmond van de Nijenburg (1576-1636). Hij was telg van een bastaardtak van de graven van Egmond en liet aan het begin van de 17de eeuw in Heiloo een huis bouwen, dat bij zijn overlijden in 1636 wordt aangeduid als 'groote woninge". Een topografische tekening van omstreeks 1700 geeft een globaal beeld van deze 'groote woninge', die op het terrein stond van de huidige Nijenburg. Het huis had waarschijnlijk het karakter van een eenvoudige buitenplaats, zoals die in de duinstrook vanaf het eind van de 17de eeuw gesticht werden door gefortuneerde families uit de stad.



De "groote woninge"

De benaming Nijenburg (vroeger ook wel Nieuburg) is afkomstig van het kasteel Nieuwburg boven Alkmaar. Dit was een voormalige dwangburcht van de graven van Holland, die de voorouders van Gerard van Egmond van de Nijenburg in eigendom wisten te verwerven. Het gebouw was ten tijde van de bouw van de 'groote woninge' reeds tot ruïne vervallen.
Het bezit van dit kasteel was toch aantrekkelijk omdat iets van de glorie van de plek afstraalde op de nieuwe eigenaren
.
Onder invloed van veranderende machtsverhoudingen veranderde Jan van Egmond in 1705 zijn naam in Jan van Egmond van de Nijenburg (1618-1712). De bewoners van de Nijenburg stootten op tot in de hoogste regionen van het Hollandse adeldom.
Het jaar 1705 wordt dan ook doorgaans beschouwd als startdatum voor de herbouw van de Nijenburg, waarbij de 'groote woninge' van Gerard van Egmond werd vervangen door een buitenplaats in de trant van het Hollands Classicisme*, met gebruikmaking van de resten van een ouder gebouw op deze plaats. Geheel zeker is dit niet want in het uitgebreide familiearchief is over de bouw van het huis bijna niets terug te vinden.
Op het dak van het nieuwe huis Nijenburg werden, in vermoedelijk 1711, vier grote beelden geplaatst die zich spiegelden in de vijver. De omvorming van de Nijenburg tot een moderne buitenplaats, omgeven door een parkaanleg met zichtassen, was uiteindelijk het werk van drie generaties.



Prent van Nijenburg vermoedelijk tussen 1711 en 1730

Met een verbouwing van omstreeks 1730 eindigt de 18de-eeuwse bouwgeschiedenis van de Nijenburg.
Honderd jaar later werd het hoofdhuis aangepast aan de smaak van de tijd door de voorgevel te voorzien van nieuwe, veel grotere vensters en het metselwerk wit te pleisteren. De vier beelden boven op de voorgevel die, gezien het wél bewaarde werk van Gaspar Swenst, van grote artistieke waarde geweest zullen zijn, werden verwijderd en vermalen tot steenslag voor de verharding van de oprijlaan. De oorspronkelijke, sober deftige uitstraling van de vroeg-18de-eeuwse architectuur ging met deze ingreep verloren.
Het huis was in die tijd het centrum van een groot landgoed met tuinen, bossen en landerijen met boerderijen.
In 1966
ging Huis Nijenburg met bijbehorend bos over naar Natuurmonumenten
en in 1972 had de afronding plaats toen ook de boerderijen Bakker, Modder, Noord-West en Craanenbroek met los land aan Natuurmonumenten werden toegevoegd In september 2004 zijn het landhuis en het koetshuis door Natuurmonumenten in erfpacht gegeven aan de Vereniging Hendrick de Keyser op voorwaarde dat deze gebouwen zouden worden gerestaureerd.
Na de restauratie
zijn er twee appartementen ingericht die als woning worden verhuurd, evenals het naastgelegen Koetshuis.


Nijenburg rond 2012

Het interieur
Het is een gebouw met een T-plattegrond met ondiep breed voorhuis en vrijwel vierkant achterhuis met een lage parterreverdieping en daarboven een hoge bel-etage.
Het meest opvallend zijn de blauwe kamer, de gele kamer, de zaal en de oude historische keuken. Ook de familieportretten, de meubelen en het pronkpoppenhuis van voormalig bewoonster Maria van Egmond van de Nijenburg maken nog steeds deel uit van het interieur.
In 1729, na het huwelijk van Maria van Egmond van de Nijenburg, was een reeks verfraaiingen in het interieur aangebracht. Zo werd De Blauwe Kamer, genoemd naar de kleur van de betimmeringen en het plafond, vormgegeven in de Lodewijk XIV-stijl. Geïnspireerd door de prenten van de befaamde ontwerper Daniël Marot werd een wandbetimmering aangebracht met in het midden een schoorsteenmantel en een ronde spiegel. In de betimmering zijn drie schilderingen, zogenaamde grisailles, opgenomen van de Amsterdamse schilder Jan Hoogsaat. Deze stellen allegorische vrouwenfiguren voor die de Voorzichtigheid, Gerechtigheid, Liefde en Wijsheid verbeelden. De Blauwe Kamer is in 2007-2008 zorgvuldig gerestaureerd met spectaculair resultaat.



De Blauwe Kamer

Het koetshuis
Het naastgelegen koetshuis heeft in tegenstelling tot het hoofdhuis zijn vroeg 18de-eeuwse uiterlijk behouden. Het is een streng symmetrisch gebouw. Het middendeel bevatte de paardenstal en de ‘timmerwinkel'. In de zijdelen waren de tuigkamer, de koetsenstalling en de oranjerie ondergebracht. Omdat de oprijlaan naar het huis via de noord-oostzijde liep, werd het koetshuis langs deze weg aangelegd. Op deze manier werden de bewoners van het huis niet gestoord door de bezoekers van het koetshuis en door de aanwezige werklieden. Het werd vermoedelijk tussen 1715- en 1720 gebouwd.



Het Koetshuis

De tuinen
De buitenplaats Nijenburg heeft een vroeg 18e-eeuwse symmetrische aanleg van grootse allure: ondanks de gedeeltelijke verlandschappelijking van de vroege 19e eeuw is de ruime barokke opzet nog geheel aanwezig.
Ook de parkaanleg dateert van 1709-1710, evenals de Herculesbeelden die nog steeds bij de vijver staan.
De twee Herculesbeelden zijn van de hand van Gaspar Swenst en in opdracht gemaakt voor deze buitenplaats. Het is een  stel levensgrote zandstenen beelden links en rechts van de versmalling van de vijver voor het huis. Het ene beeld stelt Hercules vechtend met Acheloüs voor en het andere vechtend tegen de Hydra. Het bijzondere zeldzame gegeven is dat deze beelden nog steeds op hun oorspronkelijke plaats staan.



De Herculesbeelden bij de vijver

In de 19de eeuw maakte de barokke tuinaanleg plaats voor een park in Engelse landschapsstijl. Delen van het park werden gewijzigd van de strakke Franse aanleg naar de romantische Engelse stijl, met veel slingerende paadjes en verrassende doorkijkjes. Ten zuiden van het landhuis is dit het sterkst herkenbaar: hier heet het dan ook het 'Engelse werk'. Sindsdien heeft het huis de romantische uitstraling van een buitenplaats in het groen gekregen.

De vierkante gracht om Nijenburg heeft zijden van 200 meter. Direct voor het huis langs loopt een pad (het verlengde van de Torenlaan) dat via een brug over de noordoost-arm en de zuidwest-arm van de gracht overgaat in respectievelijk de noordelijke en de zuidelijke oprijlaan. Twee bruggen over de gracht geven dus toegang tot de huisplaats.
Langs de westelijke arm, die noord-zuid gericht is, loopt aan de buitenzijde een paadje vlak langs het water. Aan het zuidelijke eind daarvan bevond zich een houten stoep met een paar treden tot aan het water. Deze stoep diende voor de trekhonden, die onderweg van of naar Alkmaar even werden losgekoppeld van de kar die zij trokken om hun dorst te lessen in de vijver. Dit werd de Honden Herberg genoemd.



Linksonder de Honden Herberg

Schuin achter het huis liggen ter weerszijden de beide deels nog ommuurde moestuinen/boomgaarden in de oosthoek en zuidhoek van de gracht: de noordtuin is als kleine wei in gebruik, de zuidtuin heeft een aanplant met fruitbomen.
Op de zuid-oostelijke zijde van het huis Nijenburg bevond zich een openluchttheatertje "De Comedie" genaamd. De coulissen ervan werden gevormd door geschoren lindenhagen, terwijl het publiek op een halfronde aarden wal een zitplaats had.
De in het barokke concept nagestreefde specifieke verbinding van het huis en het park door middel van een hiërarchische structuur van hoofd- en dwarsassen, vertoont bij Nijenburg een in Nederland unieke kosmologische meerwaarde want bij de aanvang van de zomer op 21 juni verlicht de ondergaande zon de gehele zichtlaan (Westerlaan, vaak ook Ronde-O-Laan genoemd) en de centraal in het huis gelegen hal. Deze laan is eigenlijk een restant van de Franse parkaanleg.
Niet onvermeld mag blijven: de portierswoning. Deze bevindt zich aan de noord-westzijde van het huis, gelegen aan de Kennemerstraatweg.



Portierswoning

Na uitvoerige studie door landschapsarchitecten
is het plan ontwikkeld en uitgevoerd om de cultuurhistorisch belangrijkste delen van het landgoed, met name het deel ten oosten van de Kennemerstraatweg en de omgeving van de Kattenberg, grondig te renoveren om zo de cultuurhistorische waarde meer zichtbaar te maken. Dit herstelplan is in 2010-2011 uitgevoerd. De Kattenberg heeft een rondere vorm gekregen en de trappen zijn verplaatst en het gebied ten westen daarvan is opener gemaakt. Het Engelse Werk is opener gemaakt, de paden zijn opgeknapt en groepen struiken aangeplant.

Het pronkpoppenhuis
De geschiedenis van het pronkpoppenhuis op buitenplaats Nijenburg in Heiloo begint in het laatste kwart van de 17de eeuw. Adriana Christina Heidanus verzamelde toen poppengoed en miniatuur zilver. Aan het begin van de 18de eeuw kwam de verzameling in het bezit van haar nichtje Maria van Egmond van de Nijenburg. Zij voegde poppen, miniatuur meubelen, objecten, zilver en textilia aan de verzameling toe.
De inboedel bestaat uit kwetsbare objecten uit de 17de, 18de en 19de eeuw, waaronder poppen, textilia zoals kleertjes, meubelen, behang en miniatuurvoorwerpen van hout, glas, ivoor en porselein. Uniek is het stoffenwinkeltje waar 18de-eeuwse rolletjes stof op de planken liggen.
In 2012-2013 werd het pronkpoppenhuis volledig gerestaureerd.
Het poppenhuis op Nijenburg is een bruikleen van de Stichting Van Foreest en Van Egmond van de Nijenburg.


Fragment pronkpoppenhuis
 
 


Plattegrond Nijenburg ten Oosten van de Kennemerstraatweg

Naamgevingen op het terrein van Nijenburg (zie plattegrond hierboven):

 
1 = Beukenslinger / Beukenplein (noordelijke beboste pad bij het huis)
 2 = Eikenslinger
 (noordelijke beboste pad bij het huis)
 3 = Batterij
 4 = Van Delenslaantje
 5 = Dennenrondje /
Dennenplein (zuidelijke beboste pad bij het huis)
 6 = Goudvissenkom
 7 = Delensbosje (
bos vernoemd naar de ontwerper van dit bos)
 8 = Hondenherberg
 9 = De Comedie
10 = De Echo (vijver)
11 = Portierswoning
12 = Sterrenbos
13 = Torenlaan (pad in noord-oostelijke richting met vroeger zicht op de Waagtoren)
14 = Nijenburgerweg
15 = Zondagskrocht (parkbos: o
p de aanwezige open plek heeft een tennisbaan gelegen)


Bronnen
Hendrick de Keyser
Heiloo voor en na Willibrord, Nijenburg,
R. en E.Snethlage-Van Foreest
Rijksmonumenten.nl

* Het Hollands classicisme was vanaf de jaren 1620 tot het eind van de zeventiende eeuw de belangrijkste bouwstijl in de Noordelijke Nederlanden.

Dick Slagter, 2016