Ter Coulster

Ter Coulster is het enige historische landgoed van Noord-Holland dat thans nog in particuliere handen is. Het landgoed bestaat uit het aloude boscomplex dat is opengesteld voor het publiek. De eeuwenoude oprijlaan is recentelijk weer in oude luister hersteld. In 2015 werd dat herstel bekroond door de restauratie van de 17e-eeuwse hekpalen met schildhoudende leeuwen met de wapens van de families Fontein Verschuir en Van der Feen de Lille.
Het Huis Ter Coulster is in 1788 afgebroken.

Over de vroegste historie van Ter Coulster en de herkomst van het geslacht Van de(n) Cou(l)ster bestaat nog enige onduidelijkheid. Toch laat de geschiedenis zich sinds de 15e eeuw vrij goed reconstrueren, bovenal dankzij de befaamde Alkmaarse historicus Mr. Dr. Johan Belonje (1899-1996), die deze in zijn uiterst doorwrocht boek Ter Coulster (1946) vastlegde. In 1983 verscheen, als vervolg hierop, de publicatie Het huis Ter Coulster bij Heiloo van Mr J.H.Rombach.

Ter Coulster 1647 door R.Roghman

Ter Coulster was in oorsprong ‘allodiaal’ bezit, ofwel vrij eigendom, dit in tegenstelling tot ‘feodaal’ bezit, dat in leen werd gehouden. De oorsprong van de naam Coulster (of Couster) staat niet vast, maar veelal wordt gesuggereerd dat deze verband houdt met het oudfranse woord cou(l)ture voor een perceel bouwland, een veld (kouter).
Op 17 juni 1404 is sprake van het huis van Willem van den Coulster te Heiloo: deze datum kan worden beschouwd als de allereerste vermelding van Ter Coulster. In 1408 kocht Willem van den Coulster (senior)
van hertog Willem VI van Beieren, graaf van Holland, de ambachtsheerlijkheid Heiloo en Oesdom. Willem van den Coulster, tweede heer van Heiloo van deze naam, droeg Ter Coulster in 1450, kort voor zijn dood, in leen op aan heer Willem IV van Egmond. Zodoende werd Ter Coulster alsnog het feodale leenstelsel ingetrokken en een achterleen van de Hollandse grafelijkheid.
In 1517
kwam het leger van Friese rebellen en Gelderse huurlingen, onder leiding van de beruchte Pier Gerlofs Donia (“Grutte Pier”) bij Medemblik aan land en zette koers naar Alkmaar, “onderwegen doodslaande,
roovende, verbrandende al wat haar voorquam”. Op de terugtocht, 24 juni 1517, heeft “de Zwarte Hoop”, zoals deze bende werd genoemd, ook Ter Coulster “in koolen” gelegd, ofwel afgebrand.
In de gracht is nog een aantal stenen kogels gevonden die uit deze tijd dateren.
George van Cats (1632-1695), zoon van Theophilus en Maria, huwde in 1652 met Justina van Nassau (1635-1721), een kleindochter van Justinus van Nassau, buitenechtelijke zoon van Willem de Zwijger.
Het echtpaar
George van Cats (1632-1695) Justina van Nassau (1635-1721) liet Ter Coulster verbouwen: Ter Coulster werd een jachtslot en lustoord.



Ter Coulster 1724 door Abraham de Haen

Later liet Willem Maurits van Cats (1670-1743), die Ter Coulster een warm hart toedroeg het huis wederom verbouwen en verfraaien.
Na drie jaar familietwisten werden i
n december 1787 de bezittingen van Ter Coulster publiekelijk verkocht.
Ter Coulster kwam in
handen van enige steenkopers, die het oude huis in de jaren 1788-1790 vrijwel geheel met de grond gelijk lieten maken. Slechts een ruïneus gedeelte van het voorhuis bleef overeind.


Ter Coulster tijdens de afbraak in 1788, anoniem

De steenkopers verkochten, na het sloopwerk, de grond met restanten in 1791 aan Louis Anthony van Oyen, een orangistisch ritmeester die in 1788 op voordracht van stadhouder Willem V in de vroedschap van Alkmaar was benoemd. De heer Van Oyen liet in het bos van Ter Coulster een nieuw, geheel houten huis bouwen en herbestemde het nog overeind staande deel van het oude voorhuis tot arbeiderswoning.
Het houten huis in Heiloo werd in 1801 verkocht aan Mr Daniël Carel de Dieu, schoonvader van deze heer Verschuir, die het liet afbreken en meer noordwaarts liet herbouwen, alwaar het ‘Mariënstein’ gedoopt werd.

Mr Gijsbert Fontein Verschuir (1764-1838) is een sleutelfiguur in de geschiedenis van Ter Coulster. In 1822 werd Verschuir door koning Willem I verheven tot Jonkheer. De heerlijkheid Heiloo en Oesdom was tussen de erven in 1788 toebedeeld aan Francois Bergeon (1814), weduwnaar van Cornelia Catharina van Cats. Na zijn overlijden waren de opeenvolgende notarissen dermate lang in de weer dat de heerlijkheid eerst in 1824 openbaar verkocht werd. Om welke reden dan ook had Verschuir, ongetwijfeld tot zijn verbolgenheid, achter het net gevist: de ambachtsheerlijkheid werd voor 1600 gulden verkocht aan de heer Smit, secretaris van Heiloo. Deze deed er een goede zaak mee, want enkele maanden later - 12 juni 1824 - verkocht deze Heiloo en Oesdom, nu voor 2100 gulden, door aan de heer Verschuir, waarmee deze weer in één hand kwam met de eigenaar van Ter Coulster.
In 1810 liet Fontein Verschuir tegen de oude stal en schuur van het voormalige kasteel een eenvoudig doch charmant buitenhuis bouwen.

Ter Coulster 1815, J.A.Crescent

Giesbert Fontein Verschuir liet het huis later weer afbreken en ging het landgoed exploiteren; sindsdien was er geen sprake meer van een buitenplaats, in de letterlijke zin des woords. In 1848 werd een deel van Ter Coulster - de hofstede Ter Coulster met koepel, woningen, bossen en gronden - door de douairière Fontein Verschuir verkocht aan Giesbert, haar tweede en jongste zoon; zelf behield zij “het oude huis Ter Coulster met boerderij, stalling, schuur en verder aangetimmerte”. Na het overlijden van Cornelia Frederica de Dieu werd ook dit deel in 1852 aan Giesbert Fontein Verschuir  toebedeeld.  De inkomsten van het landgoed werden grotendeels gegenereerd met de verkoop van hout en de opbrengst van de tuin (aardappelen en vruchten). Het dagelijkse beheer was in handen van een zetbaas, die met het personeel zorg droeg voor dit boerenbedrijf.

Van het oude kasteel Ter Coulster resteert praktisch niets meer, althans zichtbaar. Bij de vijver links van de huidige boerderij, is nog een deel van de oude slotgracht met een verbindingsvaart naar het riviertje De Die te zien. De oude waterkelders van het slot werden eertijds gebruikt als gierkelder.
Op de fundamenten van het oorspronkelijk kasteel Ter Coulster is aan het begin van de 19e eeuw een boerderij gebouwd. Deze werd in 1887 echter weer vervangen door een nieuwe boerderij op dezelfde plek, de huidige Ter Coulster Hof. In de voorkant van deze boerderij is een inkeping te zien, waar vroeger de brug naar het kasteel begon.
In het oog springend is, de theekoepel van Ter Coulster. Mevrouw Van der Feen de Lille-Fontein Verschuir liet deze in 1891 bouwen.



Theekoepel rond 1900

Regelmatige uitstapjes naar de koepel van Ter Coulster boden de nodige rust en ontspanning. Vanuit de theekoepel had men vroeger uitzicht op landgoed Nijenburg en de grote kerk in Alkmaar, vlakbij het oude familiale stadshuis, Huize De Dieu.
In 1913 liet het echtpaar Van der Feen de Lille op het landgoed, aan de Kennemerstraatweg, een boerderij bouwen: Betsy’s Hof, een grote, witgesausde .stolpboerderij (zoals de meeste boerderijen in deze streek), eveneens met een zogenaamde Zuidhollandse stal.
In 2006 - 2008 kreeg Betsy’s Hof een woonbestemming, welk gebouw - thans met oog voor detail gerestaureerd - wordt bewoond door Bart van der Feen de Lille en diens echtgenote, Marielies van Lente.

Het landgoed Ter Coulster is thans eigendom van zes nazaten van Cornelia Frederica Fontein Verschuir. Ter Coulster bestaat uit 45 hectare, waarvan 11 hectare bos en 34 hectare verpachte landerijen ten behoeve van melkveehouderij. Tegenvallende rendabiliteit noopte de erven ertoe slechts Ter Coulster Hof als boerderij te handhaven; eerder waren al de boerderijen Frederica’s Hof, Anna’s Hof en Giesberts Hof van de hand gedaan.
De oorspronkelijke hekpijlers van Ter Coulster zijn in de jaren ’30 ten prooi gevallen aan de verbreding van de Kennemerstraatweg. De ingang van de oprijlaan is in 2015 weer in oude luister hersteld en wordt geflankeerd door twee fraaie, oude pijlers met 17e-eeuwse leeuwen; naar verluidt zouden deze leeuwen nog afkomstig zijn van het voormalige kasteel Ypestein bij Heiloo. De leeuwen houden elk een schild, het ene beschilderd met het wapen Van der Feen de Lille, de andere met het wapen Fontein Verschuir. Een aardig toeval: naast het gat van de nieuwe fundering van deze palen stuitte men in mei 2015 op de oude fundering van de poort uit de 17e eeuw.



Toegangshek met hekpijlers Ter Coulster

Het landschappelijke park, waarvan de structuur nog bestaat, is aangelegd in de eerste decennia van de 19e eeuw. Het bestaat uit slingerende paden door hakhoutbos en een lange oprijlaan. Het ontwerp van het park lijkt gebaseerd op plattegronden uit het 'Magazijn van Tuinsieraaden', een voorbeeldenboek van tuinarchitect Gijsbert van Laar die van 1799 tot 1803 in Alkmaar woonde.

Bronnen:

Het Huis Ter Coulster bij Heiloo, Oud Heiloo, 1983, Mr.J.H.Rombach
Ter Coulster, een middeleeuws landgoed in Kennemerland, november 2015, Olivier Mertens

Dick Slagter, 2016